Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
gezichtsbeeldenonderzoekongeveer even waarschijnlijk zijn als de persoon afgebeeld in de betwiste beelden dezelfde is als de verdachte dan wanneer dit een verdachte met vergelijkbare algemene gezichtskenmerken is, doet dan ook in beginsel niet af aan de
gezichtsherkenningendoor verbalisanten.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
Ten aanzien van feit 1 betekent dit dat de rechtbank zal aansluiten bij de oriëntatiepunten voor (poging) inbraak woning, die aanzienlijk lager liggen dan de oriëntatiepunten voor een (poging) woningoverval, wat de officier van justitie bewezen acht. De rechtbank wijkt daarom bij de straftoemeting in aanzienlijke mate af van wat de officier van justitie heeft gevorderd.
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
10 maanden.