De rechtbank Amsterdam behandelde twee aan verdachte ten laste gelegde zaken met diverse feiten, waaronder bedreiging, oplichting, heling, poging diefstal met geweld en bedreiging met brandstichting. Tijdens de terechtzitting op 6 november 2018 werden de zaken samengevoegd en werden standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging besproken.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de oplichting ten laste gelegd in beide zaken, omdat niet was gebleken dat hij een valse hoedanigheid had aangenomen of vooraf wist dat hij niet kon betalen. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte meerdere bedreigingen had geuit richting medewerkers en slachtoffers, waaronder bedreiging met brandstichting en dreigementen tot liquidaties. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte een poging tot diefstal met bedreiging van geweld had gepleegd bij een horecabedrijf.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten ernstig zijn vanwege de impact op de slachtoffers en de samenleving. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank wees vorderingen tot schadevergoeding van enkele benadeelden af, behalve een materiële schadevergoeding van €120,- aan één slachtoffer. Verdachte werd tevens veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel.