Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
6.Beslissing
de teruggave aan [verdachte]van:
Rechtbank Amsterdam
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne en deelname aan een criminele organisatie in Amsterdam tussen november 2014 en mei 2015. Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte betrokken was bij het vervoer van drugs en het gebruik van voertuigen met verborgen ruimtes, ondersteund door camerabeelden en telefoongegevens.
De verdediging betwistte de aantijgingen, voerde aan dat verdachte geen sleutel of contact met de criminele Albanezen had en dat de herkenning van verdachte als bestuurder onbetrouwbaar was. Ook ontkende zij wetenschap van de drugshandel en deelname aan de organisatie.
De rechtbank oordeelde dat hoewel voertuigen van verdachte op drugslocaties werden gezien en verborgen ruimtes aanwezig waren, niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de handel of betrokken was bij de criminele organisatie. Er was geen bewijs van communicatie met de Albanezen of gebruik van de verborgen ruimtes.
Daarom verklaarde de rechtbank de dagvaarding gedeeltelijk nietig en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De inbeslaggenomen goederen werden teruggegeven en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnehandel en deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.