Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslag
6.Beslissing
de teruggave aan [verdachte]van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de handel in cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. Het onderzoek startte na meldingen over drugshandel en observaties van verdachte die taxiwerkzaamheden verrichtte voor vermoedelijke betrokkenen.
Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte bewust handelde door het vervoeren van betrokkenen en hun bagage tussen drugspanden, met aanwijzingen van het verbergen van ritten in de administratie en frequente aanwezigheid nabij drugspanden. De verdediging betoogde dat verdachte slechts een taxichauffeur was zonder kennis van de drugshandel, dat de observaties onrechtmatig waren en dat er geen bewijs was voor opzet of medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte personen vervoerde die betrokken waren bij drugshandel, er geen bewijs was dat verdachte wetenschap had van deze handel of dat hij opzettelijk handelde ter voorbereiding of bevordering daarvan. De gedragingen pasten binnen het normale taxivervoer en de aannames van het OM waren onvoldoende onderbouwd. De dagvaarding werd deels nietig verklaard en verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De beslaggenomen goederen werden teruggegeven en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en opzet.