Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Circuit Court in Katowice(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Circuit Court in Katowicebij brief van
11 oktober 2018 onder meer het volgende medegedeeld:
Circuit Court in Katowiceop verzoek van de officier van justitie bij brief van 17 oktober 2018 het volgende medegedeeld:
vonnis met referentie VII K 927/08en het
vonnis met referentie II K 187/11. Blijkens het EAB was de opgeëiste persoon ter terechtzitting aanwezig. De rechtbank ziet, mede gelet op het vertrouwensbeginsel, geen reden om niet uit te gaan van de juistheid van deze mededeling.
vonnis met referentie II K 668/11en het
vonnis met referentie II K 874/11strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, en dat vonnis
- kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12 sub a tot Pro en met c OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
vonnis met referentie II K 668/11en het
vonnis met referentie II K 874/11niet aan de eisen van artikel 12 sub d OLW Pro voldaan en is de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond van toepassing. De overlevering moet dus – voor deze twee vonnissen – worden geweigerd.
4.Strafbaarheid
vonnis met referentie VII K 927/08en het
vonnis met referentie II K 187/11op zien, leveren naar Nederlands recht op:
Artikel 6, tweede lid, in samenhang met het vijfde lid van de OLW: heropening van het onderzoek
28 september 2017 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft gesteld (ECLI:NL:RBAMS:2017:7038 en ECLI:NL:RBAMS:2018:6028).
- een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt gelijkgesteld met een duurzaam verblijfsrecht als Unieburger;
- een duurzaam verblijfsrecht als Unieburger niet hoeft te worden aangetoond met overlegging van een verblijfsdocument, dit kan ook met het aantonen dat aan de materiële voorwaarden voor een dergelijk verblijfsrecht wordt voldaan.
1 januari 2018 een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven, omdat hij op dat moment vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef. Niet is gebleken dat hij dit verblijfsrecht daarna heeft verloren.
Nederlandse rechtsmacht.
6.Beslissing
[opgeëiste persoon]voor zover het EAB betrekking heeft op de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd bij het
vonnis met referentie II K 668/11en het
vonnis met referentie II K 874/11;
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door het HvJ EU van de gestelde prejudiciële vragen in de zaak Popławski II (ECLI:NL:RBAMS:2017:7038 en ECLI:NL:RBAMS:2018:6028);