Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Poznań(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Prejudiciële vragen
contra legemzou zijn.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelt een zaak over de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen. De rechtbank stelde eerder prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van bepalingen in het kaderbesluit betreffende het EAB en de toepassing daarvan in nationaal recht.
Na beantwoording van deze vragen door het Hof van Justitie en een conclusie van A-G Bot, stelt de rechtbank nieuwe prejudiciële vragen. Deze betreffen of de nationale rechter verplicht is om nationaal recht dat strijdig is met een kaderbesluit buiten toepassing te laten op grond van het voorrangsbeginsel, en of een verklaring van een lidstaat die na het tijdstip van aanneming van het kaderbesluit is afgelegd rechtsgeldig is.
De rechtbank constateert conflicterende verplichtingen tussen nationaal recht en Unierecht en zoekt duidelijkheid over de rechtsgeldigheid van de Nederlandse verklaring en de interpretatie van het voorrangsbeginsel. De behandeling van de zaak wordt geschorst in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De rechtbank schorst de zaak en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de voorrang van EU-kaderbesluiten boven nationaal recht en de rechtsgeldigheid van een verklaring onder Kaderbesluit 2008/909/JBZ.