Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
2.
4.
Straatroof op 26 december 2016 in het Oosterpark te Amsterdam op [slachtoffer 4] , gepleegd met een of meer anderen.
3.Voorvragen
niethad vermoord, maar hij heeft een fout gemaakt in de Arabische taal die hij matig beheerst.
nietom het leven heeft gebracht. Gelet op de context van de betreffende zin in de rest van het gesprek, vindt de rechtbank deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig. . Verdachte heeft in het gesprek tegen zijn moeder gezegd dat het anders is gegaan dan hij voorheen heeft verklaard, dat mensen fouten maken, dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en uiteindelijk heeft verdachte gezegd dat hij hem heeft vermoord. De moeder van verdachte vraagt dan: “Jij?”, waarop verdachte zegt: “Ja”.
5.Bewezenverklaring
2.(zaakdossier II)
3.(zaakdossier III)
4.(zaakdossier IV)
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
De heer [slachtoffer 1] werd in het Oosterpark door verdachte aangesproken. Onder valse voorwendselen heeft [slachtoffer 1] zijn telefoon aan verdachte afgegeven. [slachtoffer 1] wilde zijn telefoon terug en ging verdachte achterna. Verdachte bedacht dat hij ook nog de portemonnee van [slachtoffer 1] wilde hebben en bedreigde [slachtoffer 1] vervolgens met een meegebracht vlindermes. Op grond van het dossier kan niet gedetailleerd worden beschreven hoe één en ander daarna is verlopen. Feit is dat [slachtoffer 1] even later is overleden aan de gevolgen van zeven messteken in de borst- en hartstreek. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] als slachtoffer van de straatroof heeft uitgezocht omdat hij vermoedde dat [slachtoffer 1] niet sterk zou zijn. De rechtbank is gebleken dat [slachtoffer 1] ten gevolge van een suïcidepoging in het verleden een dwarslaesie heeft opgelopen waardoor hij niet meer zelfstandig kon plassen en in het bezit was van een katheter. Hierdoor bleef hij een fysiek kwetsbare persoon. Na een leven vol strijd omtrent zijn geaardheid en het verstoten raken van zijn familie in [woonplaats] , had [slachtoffer 1] een plek gevonden in Nederland bij mevrouw [naam 6] . Zij werden over en weer elkaars mantelzorgers en bouwden een band met elkaar op. Op 3 maart 2017 kwam daaraan abrupt een einde doordat [slachtoffer 1] op afschuwelijke wijze door toedoen van verdachte om het leven is gekomen.
- Strafadvies van de Raad opgemaakt op 8 september 2017 en 9 november 2017;
- de rapportage Pro Justitia opgemaakt door mw. K. Oostra, GZ- psycholoog en gerechtelijk deskundige NRGD, van 6 augustus 2017 en de aanvulling van 26 oktober 2017;
- de rapportage Pro Justitia opgemaakt door dr. N. Duits, kinder- en jeugdpsychiater, van 5 augustus 2017 en de aanvulling van 19 oktober 2017;
een jeugddetentie voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van de tijd die in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.
9.Beslag
10.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
niet-ontvankelijkdienen te worden verklaard.
materiële schadeheeft geleden. Het gaat dan om de gevraagde vergoeding voor het gestolen rijbewijs. Het is algemeen bekend dat het (met spoed) vervangen van een gestolen rijbewijs kostbaar is. De rechtbank waardeert de schade op
€ 80(tachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 2 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 80(tachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
materiële schadeheeft geleden. Het betreft de vergoeding voor de fiets, de tas en het geld dat bij de straatroof is weggenomen. De rechtbank waardeert het materiële deel op
€ 500,-(vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 3] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 3 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 500,-(vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
materiële schadeheeft geleden. Het betreft de gevraagde vergoeding voor de telefoon, het geldbedrag en de OV-chipkaart die bij de straatroof zijn weggenomen. De rechtbank waardeert het materiële deel op
€ 818,-(achthonderd achttien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. De benadeelde partij zal ten aanzien van het deel van de vordering dat betrekking heeft op een jas niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de vordering op dit onderdeel onvoldoende is onderbouwd.
immateriële schadevergoedingnaar billijkheid op het bedrag van
€ 750,-(zevenhonderd en vijftig euro) zoals gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige deel worden afgewezen.
schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 4] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 4 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 1568,-(duizend vijfhonderd achtenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een jeugddetentievan
24 maanden.
de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen.
4 1.00 STK Mes
5347120
5 1.00 STK Mes
5347121
6 1.00 STK Mes
5347123
7 1.00 STK Mes
5347126
11 1.00 STK Mes
5370531
12 1.00 STK Mes
5396699
21 1.00 STK Etui
13 1.00 STK Blouse
14 1.00 STK Jas
5350359
15 1.00 STK Schoenen
16 1.00 STK Ondergoed
17 1.00 STK Broek
5350369
18 1.00 STK Sok
19 1.00 STK Rugzak
5346760
22 1.00 STK Medisch Instrument
5347206
23 1.00 STK Kl: zwart
zwart leren gsm hoesje 5346783
28 6.00 STK
armband; ketting; 3 oorringen en ring
20 1.00 STK Sigarettendoos
25 4.00 STK Sleutel
5365478
1 1.00 STK Bankpas Kl:Oranje
2 1.00 STK Bankpas
8 1.00 STK Zedenset
5347201
9 1.00 STK Zaktelefoon
5365362
24 1.00 STK Portefeuille Kl:zwart
5364762
26 1.00 STK Reisdocument
27 1.00 STK Reisdocument
10 1.00 STK Pet
[benadeelde 1]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde 2]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde 3]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde 4]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde 5]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
[benadeelde 6]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[slachtoffer 2]toe tot € 80,- (tachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3]toe tot € 500 (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 4]toe tot €
1568,-(duizend vijfhonderd achtenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
1568,-(duizend vijfhonderd achtenzestig euro) aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door jeugddetentie van 22 dagen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.