Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
een inschattingis gemaakt dat de twee sporen
mogelijkgebruikt kunnen gaan worden voor vergelijkend onderzoek. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat uit het aanvullend rapport van het [naam] d.d. [datum] blijkt dat geen enkele match met het DNA van verdachte is aangetroffen, hetgeen een sterke aanwijzing vormt dat het aangetroffen dactyloscopisch spoor ( [nummer] ) niet van verdachte afkomstig is. Aan een enkele vingerafdruk op duct tape, waar verdachte overigens een plausibele verklaring voor heeft, kan volgens de verdediging niet een dusdanig grote bewijswaarde worden gegeven om tot een bewezenverklaring te komen. Ook voert de raadsman aan dat de conclusies van het soucheonderzoek tegenstrijdig lijken te zijn met de verklaringen van aangeefster ten aanzien van de volgorde van het tapen en vastbinden. De raadsman twijfelt daarom aan de conclusies van het soucheonderzoek en daarmee ook aan de conclusie in dat onderzoek over de afstand waarop het vingerspoor op de duct tape is aangetroffen. Bovendien is duct tape een los verplaatsbaar voorwerp waardoor gemakkelijk iemand anders dan verdachte dit stuk tape en/of de hele rol -vanuit de kelderbox van verdachte- kan hebben meegenomen naar het plaats delict. Dit alternatieve scenario wordt volgens de raadsman versterkt door de verklaring van aangeefster dat de daders de hele tijd handschoenen aan hadden.
zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 3 waar is, dan wanneer hypothese 4 waar is. [17]
veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 7 waar is, dan wanneer hypothese 8 waar is. [22]
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Maatregel
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
drie (3) jaren.
€ 5.445,56(vijfduizend vierhonderdvijfenveertig euro en zesenvijftig cent), bestaande uit € 445,56 voor de materiële en € 5.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [datum] tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
[benadeelde partij]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.445,56, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [datum] tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
62 dagenvervangende hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
€ 4.500(vierduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [datum] tot aan de dag der algehele voldoening, aan (de gemachtigde van) [benadeelde partij] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
[benadeelde partij]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.500, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf [datum] tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
55 dagenvervangende hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.