Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Als dat niet bewezen kan worden:
bijlage IIdie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage Izijn weergegeven, kan wel worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met het [slachtoffer] , waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
heeft verklaard dat verdachte hem op het idee heeft gebracht om [slachtoffer] te zeggen dat hij naaktfoto’s van haar had. Verdachte ontkent dat en de rechtbank acht de verklaring van [getuige] op dit punt niet zonder meer betrouwbaar en kan uit die verklaring bovendien niet afleiden dat verdachte wist dat zijn idee ook uitgevoerd was en dat [slachtoffer] handelde onder invloed van die bedreiging.
Dat betekent dat alleen uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat zij onder dwang van verdachte de ontuchtige handelingen van verdachte heeft moeten ondergaan. De verklaring van [slachtoffer] vindt geen steun in andere bewijsmiddelen.
bijlage Izijn weergegeven, kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit. De rechtbank overweegt verder het volgende.
4.Bewezenverklaring
bijlage Ien de bewijsoverwegingen in rubriek 4.3.1. en 4.3.2. bewezen:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
8.8. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 119,72 (honderdnegentien euro en tweeënzeventig cent),te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Immateriële schade
€ 2.500,- (vijfentwintighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 2.619,72de schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
36 (zesendertig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
36 (zesendertig) dagenvervangende hechtenis. De toepassing van die vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
mrs. R.H.C. Jongeneel en M.M. Helmers, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.I. Robijns, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari 2018.