ECLI:NL:RBAMS:2018:987

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
22 februari 2018
Zaaknummer
13/654211-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte kettingroof nabij drukke markt in Amsterdam

Op 11 oktober 2016 vond nabij een drukke markt in Amsterdam een kettingroof plaats waarbij een ketting van het slachtoffer werd weggenomen met geweld. Verdachte werd ervan beschuldigd deze kettingroof te hebben gepleegd samen met een medeverdachte die als bestuurder van een scooter zou hebben gefungeerd.

De officier van justitie baseerde haar vordering op verklaringen van het slachtoffer, videobeelden van een nabijgelegen restaurant, herkenningen door meerdere getuigen en de relatie tussen verdachte en medeverdachte. De verdediging voerde aan dat de scooter op de beelden niet met zekerheid kon worden gekoppeld aan de roof en dat de herkenningen twijfelachtig waren.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als dader aan te merken. De videobeelden toonden niet de daadwerkelijke roof, het slachtoffer omschreef de dader als een blanke man met blond haar terwijl verdachte een getinte man met zwart haar is, en de locatie en tijdstip lieten ruimte voor alternatieve scenario's. Daarom werd verdachte vrijgesproken.

Daarnaast werd de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat geen straf of maatregel tegen verdachte was opgelegd en artikel 9a Sr niet van toepassing was.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 13 februari 2018.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en twijfel over zijn betrokkenheid bij de kettingroof.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/654211-16 (Promis)
Datum uitspraak: 13 februari 2018
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.J.M. Vreekamp en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M. Ketting naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 oktober 2016 te Amsterdam op de openbare weg de Pieter Vlamingstraat, in elk geval op een openbare weg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [persoon] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader;
  • die [persoon] (toen deze in zijn auto zat) heeft/hebben benaderd en/of
  • nadat die [persoon] het raampje van zijn auto had geopend die ketting van de nek van die [persoon] heeft/hebben getrokken en/of
  • (vervolgens) op een scooter is/zijn weggereden.

3. Vrijspraak

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar haar op schrift gestelde requisitoir,
gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde, op grond van de door aangever [persoon] bij de politie afgelegde verklaring, de beelden van restaurant [naam restaurant] , de herkenningen van verdachte door vele verbalisanten, alsmede de gebruikte en beschadigde scooter van de broer van medeverdachte [medeverdachte] , die op 1 november 2016 bij verdachte voor de deur stond en de onderling bestaande relatie tussen verdachte en de medeverdachte. Hieruit volgt dat verdachte de ketting van de nek van aangever heeft afgerukt en dat medeverdachte [medeverdachte] klaar stond als bestuurder van de scooter waarop verdachte kon ontkomen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, onder verwijzing naar haar pleitnotitie, verzocht verdachte vrij te spreken. Enerzijds omdat de scooter op de stills niet met zekerheid kan worden gekoppeld aan die welke de verdachten van de roof hebben gebruikt. Anderzijds omdat de herkenningen door verbalisanten te twijfelachtig zijn om op grond daarvan de koppeling te maken tussen de personen op de stills en verdachte.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe dat er - nog los van de vraag of verdachte één van de personen is op de stills - in het dossier onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat verdachte één van de kettingrovers is. Vooropgesteld is dat op de beelden de daadwerkelijke roof niet is te zien. Verder verklaart aangever [persoon] dat de persoon die de ketting van zijn nek trok een blanke man met kort blond haar was, terwijl verdachte getint is met zwart haar. Bovendien heeft de kettingroof plaatsgevonden midden op de dag in de nabijheid van een van de drukste markten van Amsterdam. Dat laat de mogelijkheid open dat de verkeerde scooter is gekoppeld aan de roof. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

4.Ten aanzien van de benadeelde partij

De benadeelde partij [persoon] vordert € 2.300, - aan materiële schadevergoeding en
€ 600, - aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast.

5.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [persoon] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.M.L.A.T. Doll en M.T.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 februari 2018.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.