Op 10 november 2018 werd verdachte aangehouden in het centrum van Amsterdam met een omgebouwd gaspistool, munitie, cocaïne en MDMA. Daarnaast werd in zijn woning een geldbedrag van €9.000 en meerdere videocamera's aangetroffen. Verdachte verklaarde het vuurwapen niet te kennen en het geld uit fooien te hebben verkregen, maar de rechtbank achtte deze verklaringen ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelde dat verdachte het vuurwapen en de drugs bij zich had en dat het geldbedrag van €9.000 afkomstig was uit een misdrijf, waarmee witwassen bewezen werd. De verklaring van verdachte over de herkomst van het geld werd verworpen na onderzoek van zijn inkomsten en bankgegevens.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het witwassen van een kleiner bedrag gerelateerd aan de videocamera's, omdat de waarde daarvan niet vaststond en verdachte aannemelijk had gemaakt dat hij deze legaal had aangeschaft. Verdachte werd veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf zonder voorwaardelijk deel, met aftrek van voorarrest.
Verder werden de geldbedragen van €8.800 en €200 verbeurd verklaard, het pistool onttrokken aan het verkeer en de overige geldbedragen en videocamera's teruggegeven aan verdachte. De rechtbank hield rekening met het ontbreken van recidive en het reclasseringsadvies, maar vond een geheel voorwaardelijke straf niet passend.