Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Motivering van de straffen
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
42 (tweeënveertig) dagen.
Rechtbank Amsterdam
Op 26 februari 2016 werd verdachte samen met zijn broer en een medeverdachte aangehouden in Amsterdam met contante geldbedragen van €9.000 en €7.050 bij zich. Verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was uit zijn kledingwinkels en bedoeld was voor huur, nutsvoorzieningen en kledinginkoop in het buitenland.
Het Openbaar Ministerie voerde nader onderzoek uit waarbij de boekhouder en ex-vrouw van verdachte werden gehoord. Hun verklaringen en de boekhoudkundige stukken toonden aan dat betalingen voor huur en nutsvoorzieningen via bankoverschrijvingen liepen en dat kledinginkopen grotendeels giraal werden gedaan. Ook was er geen bewijs van privéonttrekkingen door verdachte. Bovendien waren grote stortingen met de omschrijving 'overname winkel' gedaan zonder dat hierover afspraken bestonden.
De rechtbank concludeerde dat de verklaring van verdachte niet overeenkwam met de feiten en dat de geldbedragen vermoedelijk uit criminele bron afkomstig waren. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 42 dagen. De geldbedragen werden verbeurd verklaard. De rechtbank matigde de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 40 uur taakstraf en 42 dagen gevangenisstraf wegens witwassen van €16.050, met verbeurdverklaring van de geldbedragen.