Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Krakow, Third Criminal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
enforceable pre-trial detention orderuitgevaardigd op 13 januari 2014 door
the Krakow-Podgórze Regional Court in Krakow Eleventh Criminal Division, referentienummer: XI Kp 594/13/P.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 47 van Pro het Handvest van grondrechten van de Europese Unie
hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (
hierna: het arrest). De rechtbank verwijst in zoverre naar de tussenuitspraak van 16 augustus 2018.
gehouden is te beoordelen of hij een reëel gevaar loopt dat dit grondrecht zal worden geschonden.
6.Artikel 6, vijfde lid, van de OLW, gelijkstelling met een Nederlander
- stukken die ter onderbouwing dienen van het gestelde ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland voorafgaand aan de zitting moeten worden overgelegd;
- het tijdig en gedocumenteerd aantonen van de ononderbroken duur en de rechtmatigheid van het verblijf van de opgeëiste persoon, de verantwoordelijkheid van de verdediging is en;
- de rechtbank er zeer veel waarde aan hecht dat de stukken overzichtelijk geordend en op chronologische volgorde worden overgelegd.
7.Beslissing
1 maart 2019 om 15:30, teneinde de inhoudelijke discussie over de Poolse rechtstaat voort te zetten tijdens een aan dit onderwerp gewijde themazitting op 1 maart 2019.