ECLI:NL:RBAMS:2019:1336
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs woninginbraak Amstelveen
Op 25 februari 2016 werd ingebroken in een woning te Amstelveen. Verdachte werd kort daarna aangehouden in de nabijheid van de woning, samen met twee medeverdachten die later werden veroordeeld. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van de inbraak en subsidiair van medeplichtigheid.
De rechtbank onderzocht het bewijs, waarbij het schoensporenonderzoek centraal stond. Dit onderzoek toonde een spoor aan dat overeen zou komen met de schoen van verdachte, maar het proces-verbaal ontbrak aan essentiële bijlagen zoals duidelijke foto’s en een toelichting. Hierdoor kon de verdediging het bewijs niet controleren en werd het onderzoek uitgesloten.
Omdat het schoenspoor het enige concrete aanknopingspunt was om verdachte aan de inbraak te koppelen, achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen. Ook was er geen bewijs voor medeplichtigheidshandelingen zoals op de uitkijk staan of het ter beschikking stellen van een auto.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. Inbeslaggenomen voorwerpen werden deels bewaard ten behoeve van de rechthebbende en deels aan verdachte geretourneerd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs, met uitsluiting van het schoensporenonderzoek.