ECLI:NL:RBAMS:2019:1837
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde met lage taakstraf
Veroordeelde, minderjarig en veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur wegens diefstal, maakte bezwaar tegen de afname en opname van zijn DNA in de databank. Hij stelde dat deze maatregel disproportioneel is en in strijd met artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege zijn minderjarige leeftijd en het geringe karakter van de opgelegde straf.
De officier van justitie erkende het bezwaar gegrond te moeten verklaren vanwege de lage taakstraf. De rechtbank toetste het bezwaar aan de wettelijke bepalingen van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en aan jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat afname van DNA verplicht is tenzij uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen.
Hoewel de wet geen generieke uitzondering voor minderjarigen kent, erkende de rechtbank dat de leeftijd en de geringe strafmaat bijzondere omstandigheden kunnen vormen. Gezien de recente jurisprudentie van het VN Mensenrechtencomité en het voornemen van de minister om de wet te wijzigen, oordeelde de rechtbank dat de afname in dit geval disproportioneel is.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en beval de onmiddellijke vernietiging van het afgenomen celmateriaal van veroordeelde.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is gegrond verklaard en het afgenomen DNA-celmateriaal van de minderjarige veroordeelde wordt vernietigd.