Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.Ten aanzien van de vordering benadeelde partij
5.Beslissing
de benadeelde partij[benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen van een bedrag van ruim € 769.000, verduisterd door haar echtgenoot. De tenlastelegging betrof de periode van januari 2007 tot oktober 2014.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met haar echtgenoot dure goederen had aangeschaft en een luxueuze levensstijl voerde, wat niet verklaard kon worden door het reguliere salaris van medeverdachte. Ook werd gewezen op het aanpassen van huwelijkse voorwaarden en het op naam van derden zetten van voertuigen na het ontslag van medeverdachte, wat duidde op poging tot verbergen van de herkomst van het vermogen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de illegale herkomst van het geld en dat medeverdachte verantwoordelijk was voor de financiën. De rechtbank oordeelde dat het huwelijk, de gezamenlijke huishouding en de luxeleven onvoldoende zijn om wetenschap aan te nemen. Medeverdachte had een legale inkomstenbron en was financieel beheerder binnen het gezin. Verdachte had verklaard dat medeverdachte promotie had gekregen en zij waren geleidelijk aan hun levensstijl gewend geraakt. Er was geen bewijs dat verdachte bewust was van de verduistering. De gedragingen na het ontslag van medeverdachte vielen buiten de tenlastegelegde periode en konden niet tot een veroordeling leiden.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens gebrek aan bewijs van wetenschap van de illegale herkomst van het geld.