ECLI:NL:RBAMS:2019:2074
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap wegens terroristische veroordeling
Verzoeker, een 21-jarige man met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, is veroordeeld voor terroristische misdrijven en heeft tegen de intrekking van zijn Nederlanderschap bezwaar gemaakt. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat verzoeker onherroepelijk is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om schorsing van het besluit te verkrijgen in afwachting van de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van de staatssecretaris zwaarder woog vanwege de ernst van de gepleegde feiten, het ontbreken van aanwijzingen dat verzoeker tot inkeer is gekomen, en het feit dat verzoeker de voorwaarden van zijn proeftijd heeft overtreden.
Verzoekers belang bij behoud van zijn Nederlanderschap, waaronder behoud van werk en inkomen, woog onvoldoende zwaar. Hij kan in afwachting van de definitieve beslissing in Marokko verblijven en inkomen genereren. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en liet het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het Nederlanderschap wordt afgewezen en het besluit blijft van kracht.