Verzoeker is bij besluit van 8 mei 2018 het Nederlanderschap ontnomen vanwege zijn veroordeling voor terroristische misdrijven, waaronder voorbereiding van moord met terroristisch oogmerk en het verwerven van vaardigheden voor terroristische misdrijven. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij schorsing van het besluit, omdat intrekking van het Nederlanderschap leidt tot verlies van rechtmatig verblijf en toegang tot voorzieningen. Verzoeker woont in Nederland, is gehuwd en heeft jonge kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Verzoeker vreest dat hij door intrekking niet in persoon de bezwaarprocedure kan voeren.
Verweerder stelt dat het belang van de staat bij onmiddellijke uitvoering ligt in het beëindigen van de staatsburgerschapsband vanwege de ernst van de misdrijven. De voorzieningenrechter weegt dit af tegen de belangen van verzoeker en constateert dat verweerder onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat onmiddellijke uitvoering noodzakelijk is voor de veiligheid of openbare orde.
Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker zich sinds het uitzitten van zijn straf aan voorwaarden houdt en dat hij van de sanctielijst is verwijderd. De voorzieningenrechter acht het belang van verzoeker bij schorsing zwaarder dan dat van verweerder, mede vanwege het belang van persoonlijk procederen en het voorkomen van scheiding van zijn gezin. Daarom wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.