ECLI:NL:RBAMS:2019:2091
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank na veroordeling minderjarige
Een minderjarige veroordeelde, destijds 14 jaar oud, diende een bezwaarschrift in tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel in de DNA-databank na een veroordeling tot een werkstraf van 60 uur wegens mishandeling. De rechtbank hield een besloten raadkamerzitting waarbij de raadsman het bezwaar toelichtte, maar de veroordeelde zelf niet verscheen.
De rechtbank oordeelde dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden primair gericht is op het opsporen en voorkomen van strafbare feiten. De veroordeling van de minderjarige valt onder de categorie misdrijven waarvoor DNA-afname verplicht is. Er zijn geen uitzonderingen van toepassing die het DNA-onderzoek zouden kunnen uitsluiten, ook niet vanwege zijn minderjarigheid of de aangekondigde wetswijziging die DNA-afname bij werkstraffen tot 40 uur bij minderjarigen zou uitsluiten.
Verder bleek uit het dossier dat de veroordeelde inmiddels opnieuw is veroordeeld voor strafbare feiten, wat het belang van DNA-afname versterkt. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond is en verklaarde het bezwaarschrift af, waarbij geen rechtsmiddel tegen deze beslissing openstaat.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.