ECLI:NL:RBAMS:2019:2123

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 maart 2019
Publicatiedatum
22 maart 2019
Zaaknummer
7011014 CV EXPL 18-13789
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending auteursrecht door onrechtmatige plaatsing foto op website en mogelijke schending artikel 21 Rv

In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens het zonder toestemming openbaar maken van een auteursrechtelijk beschermde foto van een Franse Morbier-kaas op de website van gedaagde. Gedaagde erkent dat de foto op haar website stond, maar stelt dat zij de website in 2008 heeft overgenomen en niet wist dat de foto al geplaatst was. Eiseres betwist dit niet en stelt dat gedaagde als eigenaar verantwoordelijk is voor de inhoud van de website.

De kantonrechter oordeelt dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat het zonder toestemming openbaar maken daarvan een inbreuk op het auteursrecht vormt. Dit is onrechtmatig handelen waarvoor gedaagde aansprakelijk is, ook al was zij niet op de hoogte van de aanwezigheid van de foto. Voor de schadebegroting verwijst eiseres naar de tarieven van Stichting Foto Anoniem 2015, maar het blijkt dat zij mogelijk informatie heeft weggelaten die lagere tarieven zou doen gelden.

De kantonrechter constateert dat het weglaten van deze informatie mogelijk een schending is van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat partijen verplicht alle voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Daarom wordt eiseres in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten, waarna gedaagde hierop kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor uitlatingen over mogelijke schending van artikel 21 Rv.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 7011014 CV EXPL 18-13789
vonnis van: 22 maart 2019
fno.: 456

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[naam 1] h.o.d.n. [eiseres]

wonende en zaakdoende te [woonplaats]
eiseres
nader te noemen: [eiseres]
gemachtigde: P.F. van den Berg, gerechtsdeurwaarder
t e g e n

[gedaagde]

gevestigd te [vestigingsplaats]
gedaagde
nader te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: [naam 3]

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is op 30 november 2018 een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft op 19 februari 2019 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Voorafgaand aan de comparitie heeft de gemachtigde van [eiseres] producties in het geding gebracht. Voor [eiseres] is ter zitting verschenen namens de gemachtigde [naam 2] , en voor [gedaagde] [naam 3] . Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De inhoud van voormeld tussenvonnis, waaraan de kantonrechter zich houdt, geldt als hier herhaald en ingelast.
[gedaagde] heeft ter zitting niet langer betwist dat de foto van een Franse
Morbier-kaas (hierna: de foto) op haar website heeft gestaan. Volgens [gedaagde] heeft zij de site, waarvan zij dacht dat die toen leeg was, in 2008 overgenomen.
Zonder dat zij het wist stond de foto echter al op de site. [eiseres] heeft dit standpunt van [gedaagde] ter zitting niet bestreden. Volgens haar is [gedaagde] als eigenaar van de site verantwoordelijk voor hetgeen daarop is geplaatst, ook al stond de foto op de site voordat [gedaagde] eigenaar was van de site.
Geoordeeld wordt als volgt. Niet in geschil is dat aan de foto auteursrechtelijke bescherming toekomt. Nu [gedaagde] zonder toestemming de foto op haar website openbaar heeft gemaakt (waaronder ook wordt verstaan het voortduren van de plaatsing van de foto op de website), is sprake van inbreuk op het op de foto rustende auteursrecht. Daarmee heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld en is zij schadeplichtig jegens [eiseres] . Dat dit is gebeurd zonder dat [gedaagde] daar weet van had, doet hieraan niet af en komt voor haar risico.
Voor de begroting van haar schade heeft [eiseres] verwezen naar de tarieven van de Stichting Foto Anoniem 2015, waarvan zij een kopie in het geding heeft gebracht. Het onderste gedeelte van deze pagina met tarieven voor plaatsing op internet ziet er als volgt uit:
Bij deze door [eiseres] overgelegde tarievenlijst lijkt echter informatie weggelaten. Het onderste deel van de op internet openbaar beschikbare Tarievenlijst Stichting FotoAnoniem 2015 ziet er namelijk als volgt uit:
Als inderdaad sprake is van het weglaten van de hierboven weergegeven informatie is dat in strijd met artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering, waarin is bepaald dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. [eiseres] heeft dan ten onrechte informatie weggelaten die tot de conclusie leidt dat lagere tarieven van toepassing zijn dan door haar bepleit. Uit de door [eiseres] overgelegde uitdraaien van de website [naam website] volgt immers dat de foto niet op de homepage was geplaatst, maar in een artikel op een subpagina.
Als sprake is van schending van artikel 21 Rv Pro heeft de kantonrechter het voornemen daaraan consequenties te verbinden. [eiseres] zal daarom in de gelegenheid worden gesteld zich voorafgaand aan een beslissing op dit punt uit te laten. De zaak zal hiervoor naar de rol verwezen worden. Op de uitlating van [eiseres] mag [gedaagde] vervolgens nog reageren.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 19 april 2019 voor uitlating aan de zijde van [eiseres] als onder punt 7. genoemd;
bepaalt dat [gedaagde] een termijn van vier weken zal krijgen voor een reactie op de uitlating van [eiseres] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.