Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Waardering van het bewijs
4.Bewijs
drie jongensziet staan, waarvan er twee direct op haar aflopen. De jongen met het zwarte jasje duwt haar de woning in en staat hierna ook zelf in de woning. Mevrouw [slachtoffer 2] probeert hem terug te duwen, maar de jongen begint steeds harder tegen haar aan te duwen. Achter hem staat nog een jongen. Deze jongen blijft staan en roept van alles naar mevrouw [slachtoffer 2] . Uiteindelijk loopt de derde jongen weg. Het lukt mevrouw [slachtoffer 2] pas na het weglopen van de derde jongen om de beide jongens uit de deuropening weg te duwen. Zij ziet op dat moment dat de twee jongens omkijken en zij hoort een auto langsrijden. Door het raam ziet zij nog dat de jongens weglopen en dat een auto van Handhaving langzaam langs het huis rijdt.
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
first offenders.
verdererecidive kan een verhoging worden toegepast van meer dan 50% of een andere strafmodaliteit.
d.d. 26 februari 2019 waaruit blijkt dat verdachte:
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
180 dagen.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.