Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 april 2019 in de zaak tussen
[Vereniging] , te Amsterdam,
Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, te ‘s-Gravenhage,
Procesverloop
.Tevens is van de zijde van [Vereniging] verschenen haar [directeur] , en van de zijde van ANVS mr. A.J. ten Wolde, jurist, en drs. M.R. Kleemans, senior adviseur coördinator stralingsbescherming.
Overwegingen
for authority use only” op de portal van de website van het United System for Information Exchange (USIE). Dit portal is alleen toegankelijk voor, kort gezegd, toezichthouders van de aangesloten lidstaten, onderzoeksinstituten en enkele internationale organisaties.
.De a-priori aanname dat vrijgave van de data tot spanning zou kunnen leiden, is daarom ook niet juist.
“for authority use only”aan te koppelen
.Dat betekent zoals ANVS ter zitting heeft toegelicht, dat er ten minste één land bij het aanleveren van de meetgegevens kenbaar heeft gemaakt zich te verzetten tegen openbaarmaking. Op deze keuze heeft ANVS geen invloed. De rechtbank ziet geen reden om in het kader van dit wob-verzoek een verplichting van ANVS aan te nemen om uit te zoeken welke landen zich verzetten tegen openbaarmaking. Op artikel 3 van Pro het Verdrag van Aarhus kan [Vereniging] in dit verband geen beroep doen. Aan die bepaling komt geen rechtstreekse werking toe, omdat die niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om in de nationale rechtsorde als objectief recht te worden toegepast. Dat [Vereniging] ook voorbeelden heeft genoemd van landen die geen bezwaar zouden hebben tegen openbaarmaking van de gegevens of dat er bij openbaarmaking van enkele gegevens van enkele landen geen internationale spanningen zijn ontstaan, doet hier niet aan af. ANVS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het van groot belang voor Nederland en de ANVS is dat dergelijke gegevens snel en soepel worden verkregen indien nodig.
.ANVS heeft gewezen op het essentiële belang van Nederland en de volksgezondheid om ook in de toekomst toegang te blijven krijgen tot dit soort gegevens. Landen moeten erop kunnen vertrouwen dat vertrouwelijk verstrekte gegevens niet openbaar worden gemaakt. Als dat niet zo is, bestaat het risico dat het incidentenloket gesloten wordt en informatie niet meer wordt gedeeld. Het belang is daarom niet beperkt tot Nederland, maar het is in ieders belang dat het systeem van incidentenregistratie en uitwisseling van gegevens blijft functioneren en dat er zo nodig actie kan worden ondernomen door Nederland en de andere lidstaten. Gelet op deze door ANVS gegeven motivering is de rechtbank van oordeel dat ANVS in dit geval in redelijkheid het belang van de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van openbaarmaking van het document. ANVS heeft de openbaarmaking van het document daarom (in zijn geheel) mogen weigeren met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2019.