Verdachte werd beschuldigd van het bezit van diverse vuurwapens, munitie en een granaat in zijn woning en kelderbox, en van bedreiging van twee personen met een volautomatisch machinepistool bij een café in Amsterdam.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van wapens en munitie in de kelderbox en de antieke revolver in de slaapkamer niet bewezen kon worden, mede omdat meerdere personen toegang hadden tot deze ruimtes en verdachte zich niet bewust kon zijn van de aanwezigheid van deze wapens. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze feiten.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte op 6 januari 2019 de twee slachtoffers bedreigde door een geladen volautomatisch machinepistool uit zijn tas te halen, door te laden en op hen te richten. Het beroep op noodweer en putatief noodweer werd verworpen omdat er geen objectieve gronden waren voor een dreigende noodweersituatie en de reactie van verdachte niet proportioneel was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twintig maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de geladen staat van het wapen, de locatie van de bedreiging en het feit dat verdachte onder invloed van alcohol was. Het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen. De wapens die bewezen waren verklaard werden onttrokken aan het verkeer, terwijl niet-strafbare voorwerpen werden bewaard voor de rechthebbenden.