Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Den Haag, eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser kocht een bovenwoning in Amsterdam op 24 juli 2017 voor een bedrag lager dan de vastgestelde WOZ-waarde van €337.000,- per 1 januari 2017. Hij maakte bezwaar tegen deze WOZ-waarde omdat deze hoger was dan zijn aankoopprijs, wat hij onlogisch vond gezien de marktontwikkelingen.
De heffingsambtenaar stelde dat de WOZ-waarde correct was vastgesteld, onderbouwd met een taxatierapport dat een hogere waarde van €358.500,- aanwees. Tevens werd een correctie toegepast voor het recht van erfpacht, omdat de woning niet in volle eigendom maar op erfpachtgrond was verkocht. Hierdoor ligt de WOZ-waarde hoger dan de aankoopprijs.
De rechtbank oordeelde dat de transactieprijs van de woning het uitgangspunt is, maar dat de erfpachtcorrectie en prijsontwikkeling tussen peildatum en aankoopdatum een hogere WOZ-waarde rechtvaardigen. Eiser begreep dit en voerde geen verdere gronden aan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €337.000,- wordt ongegrond verklaard.