ECLI:NL:RBAMS:2019:3646
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, MDMA en hennep
Op 10 juli 2018 werd bij verdachte in een woning in Amsterdam een hoeveelheid amfetamine, MDMA en hennep aangetroffen. Verdachte verklaarde niet op de hoogte te zijn van de drugs in de woning. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor amfetamine en MDMA, maar stelde dat de hennepwetendheid bewezen kon worden vanwege de geur.
De rechtbank oordeelde dat de drugs in een gesloten dokterstas lagen en dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van amfetamine en MDMA. De hennepgeur was niet overtuigend vastgesteld en zelfs indien de geur werd waargenomen, was dat onvoldoende bewijs voor opzet of wetenschap van de hennepvoorraad.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat wetenschap van aanwezigheid vereist is en dat een gebruiker/bewoner geacht wordt kennis te hebben van wat zich in de woning bevindt, maar in dit geval ontbrak voldoende bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap over de aanwezigheid van amfetamine, MDMA en hennep.