Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
[betrokkene 1]
[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] .
3.Slotsom
4.Beslissing
13 november 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 7,88 kilogram hennep in een auto. Het Hof baseerde dit oordeel onder meer op het feit dat de verdachte de doordringende hennepgeur in de auto moet hebben geroken, geen navraag deed naar de herkomst, instapte en niet distantieerde van de hennep.
De verdediging voerde aan dat de verdachte slechts een lift kreeg en niet wist van de hennep in de kofferbak. Het Hof verwierp dit verweer en achtte de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De Hoge Raad oordeelde echter dat de motivering van het Hof onvoldoende is om aan te nemen dat de verdachte het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep heeft medegepleegd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing. De zaak betreft een strafrechtelijke beoordeling van medeplegen in het kader van de Opiumwet en de bewijsvoering rondom bewustheid en wetenschap van de verdachte over de hennep in het voertuig.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.