De gemeente Amsterdam legde aan een bedrijf dat maaltijdboxen bezorgt twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting op omdat de auto’s op fiscale parkeerplekken stonden zonder dat parkeerbelasting was betaald. De bestuurder voerde aan dat er geen sprake was van parkeren, maar van het onmiddellijk lossen van goederen, namelijk maaltijdboxen die vanwege hun gewicht en omvang bezwaarlijk anders dan per auto konden worden bezorgd.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde bewijsstukken, waaronder bestelbonnen, facturen en een schermafbeelding, onvoldoende waren om het onmiddellijk lossen aannemelijk te maken. Ook ontbraken aanwijzingen dat de bezorging daadwerkelijk met de betreffende auto’s was uitgevoerd. Daarnaast was het gewicht van de maaltijdboxen niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat niet was voldaan aan de uitzondering voor onmiddellijk laden en lossen zoals bedoeld in de Verordening Parkeerbelastingen 2018. Daarom waren de naheffingsaanslagen terecht opgelegd en werden de beroepen ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.