ECLI:NL:RBAMS:2019:389
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking beveiligingslicentie wegens onvoldoende betrouwbaarheid na geweldsincident
De korpschef van politie heeft de beveiligingslicentie van verzoeker ingetrokken op basis van informatie over een incident waarbij verzoeker verdacht werd van openlijke geweldpleging. Hoewel de strafzaak wegens gebrek aan bewijs werd geseponeerd, concludeerde de korpschef dat verzoeker onvoldoende betrouwbaar is voor beveiligingswerkzaamheden.
Verzoeker voerde aan dat het sepot betekent dat geen serieuze verdenking meer bestaat en dat het besluit in strijd is met de onschuldpresumptie. Ook stelde hij dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen, waaronder inkomensverlies en zijn jarenlange probleemloze functioneren in de beveiligingsbranche.
De voorzieningenrechter oordeelde dat in bestuursrechtelijke procedures een lagere bewijsstandaard geldt dan in strafzaken en dat de betrouwbaarheid van beveiligers boven twijfel moet staan. De verklaringen en processen-verbaal gaven voldoende aanleiding om verzoeker als onbetrouwbaar te beschouwen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de beveiligingslicentie van verzoeker wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid ondanks sepot in strafzaak.