Het hotel Aalborg in Amsterdam had een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van negen extra meerpersoonskamers in een kelder met daglichtvoorzieningen. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning, stellende dat het plan in strijd was met het bestemmingsplan en het nieuwe, strikte hotelbeleid dat gericht is op bescherming van het woon- en leefklimaat.
De rechtbank stelt vast dat het plan inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan “De Pijp 2005” en dat het college discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken, mits het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het beleid. Het toepasselijke beleid, de Herziening Regionale Hotelstrategie 2016-2022, verbiedt nieuwe hotels in het gebied waar het hotel is gevestigd.
Het hotel beriep zich op een overgangsregeling en stelde dat sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen en een uitzonderlijk geval, maar de rechtbank oordeelt dat deze gronden niet opgaan. De aanvankelijke vergunning was niet onherroepelijk en tijdsverloop of een kennelijke fout in het bestemmingsplan vormen geen uitzonderlijke omstandigheden. Daarom is het nieuwe hotelbeleid van toepassing en is de weigering terecht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het college heeft de vergunning terecht geweigerd op grond van strijd met het beleid en het bestemmingsplan.