ECLI:NL:RVS:2020:1473
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning uitbreiding hotel wegens strijd met nieuw hotelbeleid en bestemmingsplan
Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Zuid verleende op 24 maart 2016 een omgevingsvergunning aan appellant voor het vergroten van de kelder en begane grond en het vernieuwen van de fundering van drie gebouwen in Amsterdam, met als doel de uitbreiding van een hotel met 9 kamers. Het bouwplan leidde tot een volledige onderkeldering en omvatte ook het realiseren van wolfskuilen en koekoeken, welke in strijd waren met het bestemmingsplan.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herroept de vergunning in 2018 na bezwaar van omwonenden, stellende dat de uitbreiding leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat en strijdig is met het nieuwe, striktere Overnachtingsbeleid 2017 dat een 'nee tenzij' beleid hanteert voor hoteluitbreidingen.
De rechtbank verklaart het beroep van appellant ongegrond, stellende dat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het oude beleid zou worden toegepast en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die afwijking van het nieuwe beleid rechtvaardigen.
Appellant voert hoger beroep aan met argumenten over gerechtvaardigd vertrouwen, uitzonderlijke omstandigheden en toepassing van artikel 4:84 Awb Pro, maar de Raad van State oordeelt dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. De uitbreiding zou het woon- en leefklimaat verder aantasten, mede door het gewijzigde karakter van het hotel en de toename van het aantal gasten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.