Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juni 2019 in de zaak tussen
de besloten vennootschap Gaasper Camping Amsterdam B.V., te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
terzakevan het verblijf met overnachten. Niet valt in te zien waarom dit slechts zou zien op de vergoeding voor het overnachten. Ook andere vergoedingen die betrekking hebben op het verblijf en de overnachting kunnen hieronder geschaard worden. Inherent aan een verblijf met overnachten is dat de gast gebruik maakt van voorzieningen die direct verband houden met de overnachting. De in de brief van 29 oktober 2013 genoemde posten, zoals een afzonderlijke vergoeding voor douchen en elektra vallen daar ook onder. Van belang acht de rechtbank verder dat in het tweede lid van artikel 4 wordt Pro verwezen naar het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. De heffingsambtenaar heeft in dit kader verwezen naar het Besluit Omzetbelasting Toelichting bij Tabel I. Blijkens dit Besluit zijn een aantal samenhangende prestaties bij een camping ook onderworpen aan de heffing van omzetbelasting. Het gaat daarbij (onder meer) om het verstrekken van gas, elektra en/of water, het geven van gelegenheid tot douchen, wassen en drogen van kleding. Ook gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de door de heffingsambtenaar gegeven uitleg past binnen de reikwijdte van artikel 4 van Pro de Verordening. De rechtbank is het dus niet eens met de campings dat de belasting volgens artikel 4, eerste lid, van de Verordening alleen geheven mag worden over de kale overnachtingsvergoeding.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2019.