ECLI:NL:RBAMS:2019:4826

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
C/13/663862 / HA RK 19-107
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 202 RvArt. 289 RvArtikel 1.2.8 procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank handel/voorzieningenrechter
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift in civiele procedure

In deze civiele procedure verzochten Steder Group c.s. een proceskostenveroordeling tegen DS Beheer. Na indiening van het verweerschrift en het verzoek om kostenveroordeling door DS Beheer, trok Steder Group c.s. het verzoekschrift kort voor de mondelinge behandeling in. De rechtbank oordeelde dat DS Beheer hierdoor nodeloos kosten had gemaakt en veroordeelde Steder Group c.s. tot betaling van de proceskosten.

De procedure kende een administratieve afboeking na het verzoek om aanhouding, maar het verzoek om proceskostenveroordeling werd gehandhaafd en de procedure hervat. De rechtbank wees het verzoek van DS Beheer toe en begrootte de kosten op € 543,00 aan salaris advocaat. Een verzoek tot schorsing van de procedure wegens een vermeend faillissementsrekest werd afgewezen omdat geen faillissement bekend was.

De beschikking werd op 25 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door rechter B.T. Beuving. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Steder Group c.s. wordt veroordeeld tot betaling van € 543,00 aan proceskosten aan DS Beheer.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/663862 / HA RK 19-107
Beschikking van 25 juli 2019
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDER GROUP AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDER GROUP AGENCIES B.V.,
gevestigd te Rhoon,
verzoeksters,
advocaat mr. M.C.V. Dornstedt te Hellevoetsluis,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DS BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
advocaat mr. K.W. van der Graaf te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Steder Group c.s. en DS Beheer worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift ex artikel 202 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 22 maart 2019, met producties 1 tot en met 23,
  • de nadere productie 24 van de zijde van Steder Group c.s.,
  • de beschikking van 25 april 2019 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de producties 1 tot en met 51 van de zijde van DS Beheer,
  • het verweerschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 26 juni 2019,
  • het faxbericht van 27 juni 2019 van de zijde van Steder Group c.s. met het verzoek om aanhouding van de mondelinge behandeling dan wel om intrekking van het verzoekschrift,
  • de e-mail van deze rechtbank van 27 juni 2019 met de mededeling aan partijen dat het verzoek in overleg met mr. M.C.V. Dornstedt administratief wordt afgeboekt,
  • de e-mail van 27 juni 2019 zijdens Steder Group c.s. waarin het verzoek om proceskostenveroordeling wordt gehandhaafd,
  • de brief van 27 juni 2019 van Steder Group c.s. waarin verweer is gevoerd tegen de gevraagde proceskostenveroordeling,
  • de brief van deze rechtbank van 8 juli 2019 waarin staat dat het verzoek van DS Beheer om proceskostenveroordeling wordt opgevat als een verzoek om hervatting van de procedure, de zaak conform het subsidiaire verzoek van Steder Group c.s. als ingetrokken
zal worden beschouwd en de rechtbank een beschikking ten aanzien van de proceskosten zal geven,
- de brief van 9 juli 2019 van de zijde van Steder Group c.s. waarin wordt gevraagd de procedure te schorsen in afwachting van een tegen Steder Group c.s. ingediend faillissementsrekest.
1.2.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Ingevolge artikel 289 Rv Pro kan de eindbeschikking een proceskostenveroordeling inhouden. Artikel 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank handel/voorzieningenrechter geeft een nadere regeling voor de situatie dat het verzoekschrift wordt ingetrokken voordat daarop is beslist, bij het verweer om een kostenveroordeling wordt gevraagd en dit verzoek na de intrekking wordt gehandhaafd.
2.2.
De rechtbank overweegt dat DS Beheer op het moment van het faxbericht van 27 juni 2019 van Steder Group c.s. (met het verzoek om aanhouding van de mondelinge behandeling dan wel om intrekking van het verzoekschrift) al een verweerschrift had ingediend waarin zij tevens om een kostenveroordeling heeft gevraagd. DS Beheer heeft haar verzoek bij e-mail van 27 juni 2019 gehandhaafd. Nu Steder Group c.s. twee werkdagen voor de geplande mondelinge behandeling en na ontvangst van het verweerschrift haar verzoekschrift heeft ingetrokken, is de rechtbank van oordeel dat DS Beheer nodeloos kosten heeft gemaakt en dat er aanleiding bestaat Steder Group c.s. hierin te veroordelen. Het verzoek van DS Beheer zal derhalve worden toegewezen. De kosten worden aan de zijde van DS Beheer tot op heden begroot op € 543,00 (1 punt x tarief € 543,00) aan salaris advocaat.
2.3.
Voor een schorsing van deze procedure, zoals verzocht bij brief van 9 juli 2019 bestaat geen grond nu van een faillietverklaring, voor zover de rechtbank bekend, geen sprake is.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt Steder Group c.s. in de proceskosten, aan de zijde van DS Beheer tot op heden begroot op € 543,00,
3.2.
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, rechter, bijgestaan door mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2019.