Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
,
1.Procesgang
2.De vordering
3.De behandeling ter terechtzitting
4.De beoordeling
5.Toepasselijke wetsartikelen
6.Beslissing
[verdachte]achterwege blijft.
Rechtbank Amsterdam
Een 35-jarige gedetineerde, veroordeeld tot een lange gevangenisstraf, heeft zijn kans op voorwaardelijke invrijheidstelling verloren doordat hij betrokken was bij een poging tot ontsnapping met een helikopter uit de penitentiaire inrichting. De rechtbank oordeelt dat hij op de hoogte was van het plan en actief heeft meegewerkt door onder meer telefonisch contact te onderhouden met de uitvoerders en zich op het afgesproken tijdstip op de luchtplaats te bevinden.
De rechtbank weegt mee dat de gedetineerde in een crimineel milieu verkeert waar geweld en wapens gebruikelijk zijn, en dat hij zich bewust moet zijn geweest van het mogelijke gebruik van geweld bij de ontsnappingspoging. Hoewel de ontsnapping niet is voltooid vanwege politie-ingrijpen, is er sprake van een begin van uitvoering van het plan, wat volgens artikel 15d lid 1 sub c Sr voldoende is om de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een poging tot onttrekken en dat de procedure misbruikt werd om strafrechtelijke vervolging te omzeilen, maar deze argumenten werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank benadrukt dat de procedure ex artikel 15d Sr losstaat van strafrechtelijke vervolging en dat de ernst van de poging tot ontsnapping een volledige achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling rechtvaardigt.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 12 juli 2019, waarbij de vordering van het Openbaar Ministerie is toegewezen en de voorwaardelijke invrijheidstelling van de gedetineerde wordt achterwege gelaten.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling van de gedetineerde blijft achterwege vanwege zijn poging tot ontsnapping met een helikopter.