In deze bestuursrechtelijke procedure staat centraal of de Sociale Verzekeringsbank (Svb) terecht vanaf september 2010 de inkomensafhankelijke Zorgverzekeringswet (Zvw)-bijdrage inhoudt op het AOW-pensioen van eiser en € 4.432,- van hem terugvordert als onverschuldigd betaald.
De rechtbank stelt vast dat de Svb in haar besluitvorming de verkeerde juridische grondslag heeft gehanteerd en dat zij niet bevoegd is om te beslissen over de hoogte van de inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage die op het AOW-pensioen wordt ingehouden. Volgens vaste rechtspraak behoort deze bevoegdheid toe aan de Belastingdienst, die beslist over naheffingen.
Verder is onduidelijk waarom de Svb geen overleg heeft gehad met de Belastingdienst en waarom de Belastingdienst geen aparte Zvw-aanslag heeft opgelegd. De rechtbank beveelt nader onderzoek naar deze punten en naar de vraag of vanaf oktober 2010 een Zvw-buitenlandbijdrage is ingehouden.
De Svb krijgt acht weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij zij ook aandacht moet besteden aan de rol van de Belastingdienst, haar eigen bevoegdheid, de terugvordering en de toepassing van relevante jurisprudentie. Eiser krijgt de gelegenheid om schriftelijk te reageren op het nieuwe besluit.