Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser maakte bezwaar tegen een gecombineerde aanslag waterschapsbelasting 2017 voor twee woningen. Verweerder deed op 3 augustus 2018 uitspraak op bezwaar voor één woning, waarbij het bezwaar gegrond werd verklaard en de aanslag werd verminderd. Voor de andere woning was nog geen uitspraak op bezwaar gedaan vanwege een lopende beroepsprocedure over de WOZ-beschikking.
Eiser stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar, stellende dat deze prematuur was gedaan omdat de WOZ-waarde nog niet onherroepelijk vaststond, en dat verweerder de proceskosten in bezwaar had moeten vergoeden. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 131 van Pro de Waterschapswet de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag waterschapsbelasting pas mag worden gedaan nadat de WOZ-waarde onherroepelijk is vastgesteld.
Omdat verweerder de uitspraak op bezwaar deed voordat de WOZ-beschikking onherroepelijk was, oordeelde de rechtbank dat deze uitspraak moest worden vernietigd. De rechtbank wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding toe, maar overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen verschuldigd is indien het bestuursorgaan een aan hem te wijten onrechtmatigheid heeft begaan. Nu de gegrondverklaring van het bezwaar voortvloeide uit de gewijzigde WOZ-waarde en niet uit een onrechtmatigheid van verweerder, was geen vergoeding verschuldigd voor de bezwaarprocedure zelf. Wel werden de proceskosten van het beroep en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de prematuur gedane uitspraak op bezwaar en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.