Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
on hold’ was gezet. Volgens de heffingsambtenaar kon daarom geen sprake zijn van het verbeuren van een dwangsom.
on hold’ afspraak is gemaakt met de heffingsambtenaar. Onderdeel van deze afspraak was dat de ingebrekestelling zou worden opgeschort totdat op het algemene erfpachtbezwaar was beslist. De heffingsambtenaar zou vervolgens binnen een redelijke termijn uitspraak doen. Volgens eiseres heeft de heffingsambtenaar zich niet aan deze afspraak gehouden. De ingebrekestelling was daarom geldig, aldus eiseres.
on hold’afspraak is gemaakt op een algemene hoorzitting op 16 februari 2018. Toen is met de gemachtigde van eiseres afgesproken dat in alle zaken waarin hij ingebrekestellingen had verstuurd deze ‘
on hold’ zouden worden gezet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres onvoldoende toegelicht waarom de heffingsambtenaar niet aan de afspraak heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft op 14 augustus 2018, na de hoorzitting van 22 juni 2018 over het algemene erfpachtbezwaar en de hoorzitting van 1 augustus 2018 over de hier voorliggende zaken, uitspraak gedaan. Dat is binnen een redelijke termijn. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de ingebrekestelling van 30 januari 2018 op 16 februari 2018 is opgeschort.
on hold’afspraak maakten. Dit betekent dat de heffingsambtenaar in gebreke was om tijdig een beslissing op bezwaar te nemen vanaf 14 februari 2018 tot het moment dat partijen tijdens de hoorzitting op 16 februari 2018 de ‘
on hold’ afspraak maakten. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar dan ook ten onrechte ongegrond verklaard en heeft nagelaten op grond van artikel 4:18 van Pro de Awb een dwangsom vast te stellen. Het beroep (in zaaknummer AMS 18/6159) is daarom gegrond en de rechtbank zal de uitspraak op bezwaar II vernietigen.
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak AMS 18/1420 wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep in de zaak AMS 18/6159 tegen de uitspraak op bezwaar II gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar II;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar een dwangsom verbeurt van € 60,- en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar II;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.020,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2019.