Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bang maakt”. Ook heeft hij verklaard dat die man zijn vader en moeder heeft verloren en “
[verdachte]” heet. Op de vraag waar deze [verdachte] kan worden gevonden, heeft [naam bovenbuurman] naar “
[naam 1] op de [straatnaam 1]” verwezen. Op de [straatnaam 1] woont een [naam 2] , een persoon waarvan verbalisanten weten dat hij “
[naam 1]” wordt genoemd. Deze [naam 2] heeft verklaard dat hij wel iets heeft gehoord over “
die lijpe [verdachte]”. Ook heeft [naam 2] vermeld dat de moeder van [verdachte] op 24 september 2017 is overleden. Tot slot heeft hij verklaard dat hij de oude bankpas van deze [verdachte] heeft, waarbij hij een bankpasje met daarop de naam “
[verdachte]” aan verbalisanten heeft overhandigd. De rechtbank acht in dit kader relevant dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij [naam bovenbuurman] en [naam 2] kent en dat zij wel eens “
een biertje of drugs” doen. Ook heeft verdachte verklaard dat zijn beide ouders in 2017 zijn overleden, wat past bij de informatie van zowel [naam bovenbuurman] als [naam 2] .
alsof zij stikte” en niet meer bewoog. Zij dachten dat aangeefster dood was. Voorts blijkt uit de letselverklaring dat aangeefster onder meer hersenletsel – een
contusio cerebri met subduraal hematoom tentorium– heeft opgelopen.
overal waar hij mij raken kon”. Bovendien heeft verdachte, terwijl aangever op de grond viel, met zijn volle gewicht op de rug van aangever gestampt en aangever nogmaals in het gezicht gestompt, waardoor aangever enige tijd het bewustzijn is verloren. Blijkens de letselverklaring heeft aangever een hersenschudding, meerdere kneuzingen en een scheurwond onder de kin – die met acht hechtingen moest worden gehecht – opgelopen.
5.Bewezenverklaring
5.
op 3 juli 2018 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet:
6.
op 3 juli 2018 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaar.
[slachtoffer 2]af.
[slachtoffer 3]gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 2.603,- (tweeduizendzeshonderdendrie euro), bestaande uit € 103,- aan materiële schadevergoeding en € 2.500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3]voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.
[slachtoffer 3], te betalen de som van € 2.603,- (tweeduizendzeshonderdendrie euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 36 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[slachtoffer 4]gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.603,- (duizendzeshonderdendrie euro), bestaande uit € 103,- aan materiële schadevergoeding en € 1.500,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 4]voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.
[slachtoffer 4], te betalen de som van € 1.603,- (duizendzeshonderdendrie euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juli 2018) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.