ECLI:NL:RBAMS:2019:5674
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens onvoldoende zelfredzaamheid ondanks rechtmatig verblijf
Verzoekers, meerderjarige Colombiaanse broers, vroegen maatschappelijke opvang aan bij het college van Amsterdam. Het college wees de aanvragen af wegens vermeend ontbreken van rechtmatig verblijf. Verzoekers hadden echter een sticker in hun paspoort die rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet 2000 aantoont.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college de uitsluitingsgrond op grond van het ontbreken van rechtmatig verblijf niet kon handhaven zonder navraag bij de IND. Desalniettemin werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 alleen personen met beperkte zelfredzaamheid op meerdere leefgebieden in aanmerking komen voor opvang.
Uit het screeningformulier bleek dat verzoekers recent uit Colombia waren gekomen zonder problematiek die beperkte zelfredzaamheid zou aantonen. Verzoekers leverden ook geen bewijs aan van beperkte zelfredzaamheid. Daarom voldeed men niet aan de criteria voor maatschappelijke opvang en werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende beperkte zelfredzaamheid ondanks rechtmatig verblijf.