Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiseres sub 1 in zaak 2] ,
[eiseres sub 2 in zaak 2],
1.[eiseres in zaak 1, gedaagde in zaak 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
In zaak 1
980,00
980,00
980,00
Rechtbank Amsterdam
In deze gecombineerde kortgedingzaken staat centraal het ontslag van een directeur van een zorgbedrijf en de opheffing van conservatoir beslag. De directeur werd ontslagen wegens vermeend wangedrag en wanbeleid, terwijl de aandeelhouders en bestuurders betalingen aan familieleden betwisten als onrechtmatig.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat het ontslag gegrond is, mede omdat de directeur niet voorafgaand aan het besluit is gehoord conform de statuten. Daarom wordt het ontslagbesluit geschorst in afwachting van een bodemprocedure.
Ten aanzien van het conservatoir beslag op bankrekeningen en eigendommen van de aandeelhouders wordt het beslag deels opgeheven. De beslaglegging is gebaseerd op een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking, maar de rechter vindt dat onvoldoende is aangetoond dat de vordering ondeugdelijk is. Wel wordt het beslag op de bankrekening van een van de aandeelhouders beperkt wegens disproportioneel nadeel.
De proceskosten worden verdeeld waarbij de partij die in het ongelijk is gesteld wordt veroordeeld tot betaling van de kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt geschorst en het conservatoir beslag gedeeltelijk opgeheven.