Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
corrected by the judicial order issued on 17 May 2016”) door de
Regional Court in Gliwice(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
executive judicial decision of detention awaiting trial issued by the District Court in Gliwice of 29 August 2006.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 6, tweede lid, in samenhang met het vijfde lid, van de OLW
- een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt gelijkgesteld met een duurzaam verblijfsrecht als Unieburger;
- een duurzaam verblijfsrecht als Unieburger niet hoeft te worden aangetoond door overlegging van een verblijfsdocument, dit kan ook door het aantonen dat aan de materiële voorwaarden voor een dergelijk verblijfsrecht wordt voldaan.
1 januari 2018 een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven, omdat hij op dat moment vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Nederland verbleef. Niet is gebleken dat hij dit verblijfsrecht daarna heeft verloren.
Nederlandse rechtsmacht.
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
Regional Court in Gliwice, IV Penal Decisionheeft bij brief van 21 december 2018 de volgende garantie gegeven:
7.Artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (
hierna: het arrest). De rechtbank verwijst in zoverre naar de tussenuitspraak van 16 augustus 2018.
gehouden is te beoordelen of hij een reëel gevaar loopt dat dit grondrecht zal worden geschonden.
.
8.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd;