ECLI:NL:RBAMS:2019:6656
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende bewijs maximaal haalbare aanbod
Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot het vaststellen van een dwangakkoord in het kader van schuldsanering, waarbij hij een regeling aan zijn schuldeisers heeft aangeboden. Deze regeling hield in dat schuldeisers een klein percentage van hun vorderingen zouden ontvangen, waarna zij finale kwijting zouden verlenen. Alle schuldeisers behalve DBO Incasso B.V. hebben ingestemd met deze regeling.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker aanzienlijke schulden heeft bij het CJIB en DBO, waarbij niet aannemelijk is dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van deze schulden. Daarnaast is het aanbod niet aannemelijk gemaakt als het maximaal haalbare, mede gezien de financiële situatie van verzoeker en zijn medische problemen. DBO heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank concludeert dat DBO niet in redelijkheid gedwongen kan worden akkoord te gaan met het lage aanbod en wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord af. Een afzonderlijk vonnis zal volgen over de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende bewijs van maximaal haalbaar aanbod.