Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
we hebben een afspraak dinsdag voor 12 uur andere is weg je hebt nu met mij te maaken”, waarna verschillende bedreigingen worden geuit. Dit sms-bericht bevat dermate grote overeenkomsten met het hiervoor aangehaalde tapgesprek, dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hier spreken over een door verdachte aan aangever [persoon 1] gestuurd sms-bericht. Verder wijst de rechtbank, in verband met verdachte’s rol, op een sms-bericht van 31 juli 2018 om 12:01:59 uur van telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] aan het bij verdachte in gebruik zijnde nummer ( [telefoonnummer 2] ). Daaruit volgt dat verdachte het geldbedrag die dag in ontvangst had moeten nemen. Verdachte die zich, rond het tijdstip van de aan aangever gestelde deadline, in de buurt van de afleverlocatie bevindt, ontvangt dan een sms-bericht van telefoonnummer [telefoonnummer 1] met daarin onder meer “je moet die kk doekoe halen die man belt”.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen.
116 (honderdzestien) dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
[persoon 2]toe tot een bedrag van € 697,09 (zeshonderdzevenennegentig euro en negen eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (19 juli 2017) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 2]voornoemd, te betalen.
[persoon 2]te betalen de som van € 697,09 (zeshonderdzevenennegentig euro en negen eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (19 juli 2017) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 13 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.