Uitspraak
1.de stichting
- de conclusie van antwoord van SNP;
- het instructievonnis van 8 april 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de dagbepaling comparitie;
Rechtbank Amsterdam
De eiseres was sinds 1987 werkzaam bij De Brauw en werd in januari 2002 arbeidsongeschikt verklaard. Zij diende haar aanvraag voor arbeidsongeschiktheidspensioen niet binnen de in het pensioenreglement gestelde termijn van twee maanden in. SNP, het pensioenfonds, verleende uiteindelijk coulance door het pensioen met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf 1 januari 2009, maar weigerde betaling over de periode 2003-2009.
De rechtbank oordeelt dat het recht op arbeidsongeschiktheidspensioen afhankelijk is van een inhoudelijk oordeel van het bestuur, waarvoor een tijdige aanvraag noodzakelijk is. Door het late indienen van de aanvraag heeft eiseres SNP de mogelijkheid ontnomen dit oordeel te vormen en de arbeidsongeschiktheid te monitoren. Hierdoor is terugwerkende kracht over de gehele periode niet mogelijk.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de vordering jegens De Brauw verjaard is, omdat eiseres vanaf 4 januari 2004 op de hoogte was van haar schade en de mogelijke aansprakelijkheid van De Brauw, maar pas in 2013 actie ondernam.
De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens niet tijdige aanvraag en verjaring.