ECLI:NL:RBAMS:2019:6810
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Verzoeker, een Turkse zelfstandige ondernemer, heeft voor de derde keer een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De aanvraag is afgewezen omdat verzoeker niet over een machtiging tot voorlopig verblijf beschikt en het ondernemingsplan onvoldoende concreet en onderbouwd is.
Verzoeker betoogt dat het ondernemingsplan wel degelijk voldoende is en dat verweerder te hoge eisen stelt aan de markt- en concurrentieanalyse. Ook voert hij aan dat verweerder onvoldoende duidelijkheid verschaft over het voorleggen van aanvragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en dat het beleid in strijd zou zijn met het Turks associatierecht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder voldoende duidelijkheid heeft gegeven over de vereiste stukken en dat het ondernemingsplan onvoldoende is onderbouwd met objectief verifieerbare stukken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het standstill-beding faalt wegens gebrek aan onderbouwing. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.