ECLI:NL:RVS:2010:BN9181
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verscherpt puntensysteem voor Turkse zelfstandigen in strijd met standstill-bepaling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een Turkse vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige gegrond verklaarde. Centraal staat de vraag of het verscherpte puntensysteem, dat sinds 2006 is ingevoerd en strengere voorwaarden stelt aan de toelating van Turkse zelfstandigen, in strijd is met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol uit 1973.
De Raad van State overweegt dat de standstill-bepaling verbiedt dat nieuwe beperkingen worden ingevoerd die de vestiging van Turkse staatsburgers onder strengere voorwaarden stellen dan op 1 januari 1973. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat een verscherping ook beleidsregels omvat. Het puntensysteem, dat aspecten als hoogwaardigheid van kennisinbreng en innovatief vermogen als criteria toevoegt, was op die datum niet van toepassing.
De minister stelde dat het criterium wezenlijk Nederlands belang afhankelijk is van de economische situatie en dat het beleid slechts een feitelijke wijziging weerspiegelt. De Raad van State volgt dit niet en oordeelt dat het nieuwe puntensysteem een beleidswijziging in ongunstige zin is, waardoor Turkse zelfstandigen het moeilijker krijgen een verblijfsvergunning te verkrijgen. De rechtbank heeft het besluit van 18 november 2008 dan ook terecht als ondeugdelijk gemotiveerd beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens strijd met de standstill-bepaling.