Verzoeker heeft bij de politierechter een betalingsverplichting van €68.093 opgelegd gekregen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Na jaren van geen betaling en onvindbaarheid, is inmiddels een voorlopige betalingsregeling getroffen waarbij verzoeker maandelijks €300 en jaarlijks €500 betaalt.
De officier van justitie vorderde aanhouding van de beslissing om eerst een rekeningonderzoek te laten verrichten, vanwege onduidelijkheden over de financiële situatie van verzoeker. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de overgelegde loonstrookjes, bankafschriften en de betalingsregeling voldoende inzicht bieden.
Gezien de leeftijd van verzoeker en zijn beperkte inkomsten acht de rechtbank de huidige en redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht ontoereikend om het volledige bedrag te voldoen. Daarom wordt het ontnemingsbedrag gematigd tot €25.000.
De beslissing is in openbaar uitgesproken op 5 maart 2019 door de rechtbank Amsterdam, waarbij geen rechtsmiddel openstaat voor verzoeker.