De minderjarige veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen het bevel tot afname en opname van zijn DNA-profiel in de DNA-databank, stellende dat dit disproportioneel is gezien zijn jeugdigheid, first offender status en verbeterde situatie.
De rechtbank hield een raadkamerzitting waarbij ook de moeder van de veroordeelde aanwezig was. De officier van justitie betoogde dat de uitzonderingen op de Wet DNA-onderzoek niet van toepassing zijn, mede vanwege de ernst van de gepleegde feiten en het feit dat recidive niet kan worden uitgesloten.
De rechtbank overwoog dat het bevel tot DNA-afname voldoet aan de wettelijke eisen en dat de uitzonderingen, zoals beperkt uitgelegd door de Hoge Raad, niet van toepassing zijn. De leeftijd en verbeterde omstandigheden van de veroordeelde wegen niet op tegen de ernst van de feiten. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.