ECLI:NL:RBAMS:2019:7205
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen gedragsaanwijzing wegens mishandeling ongegrond verklaard
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2019 het beroep van verdachte tegen een gedragsaanwijzing opgelegd door de officier van justitie op 19 april 2019. De gedragsaanwijzing werd opgelegd naar aanleiding van verdenking van mishandeling van een persoon, waarbij vrees bestond voor ernstig belastend gedrag van verdachte jegens deze persoon.
Verdachte betwistte de ernst van de bezwaren en stelde dat het alternatieve scenario dat hij handelde om erger te voorkomen zwaar mee moest wegen. Ook voerde hij aan dat de gedragsaanwijzing disproportioneel was en dat hij deze niet had overtreden. De officier van justitie stelde dat de gedragsaanwijzing aan de wettelijke voorwaarden voldeed en proportioneel was, mede gelet op eerdere incidenten.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier, waaronder aangifte, getuigenverklaringen en eerdere mutatierapporten, voldoende ernstige bezwaren blijken en dat de gedragsaanwijzing proportioneel is. Het feit dat verdachte de gedragsaanwijzing niet heeft overtreden en de termijn van behandeling van het beroep geen grond vormen voor gegrondverklaring.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de gedragsaanwijzing voor de duur van 90 dagen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedragsaanwijzing wordt ongegrond verklaard en de gedragsaanwijzing blijft van kracht voor 90 dagen.