Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2019:7348

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 september 2019
Publicatiedatum
4 oktober 2019
Zaaknummer
C/13/672431 / KG ZA 19-976
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61 RvArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewoners veroordeeld tot toelating netbeheerder voor werkzaamheden aan elektriciteits- en gasnet

In deze kortgedingprocedure heeft netbeheerder Liander N.V. gevorderd dat de bewoners van drie woningen in Amsterdam-Centrum worden veroordeeld om haar toe te laten tot hun woningen. De bewoners verschenen niet of voerden geen inhoudelijk verweer, waardoor verstek werd verleend.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van Liander niet onrechtmatig of ongegrond was en veroordeelde de bewoners om medewerking te verlenen aan het betreden van de woningen. Dit betrof werkzaamheden aan het elektriciteits- en gastransportnet en de aanwezige infrastructuur die Liander noodzakelijk acht in het kader van haar wettelijke taken en contractuele verplichtingen.

Daarnaast werd de bewoners opgelegd om, indien nodig, de woning te ontruimen voor de duur van de werkzaamheden, waarbij ontruiming door de deurwaarder met behulp van de sterke arm kan worden uitgevoerd. De bewoners werden veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Bewoners zijn veroordeeld om netbeheerder Liander toegang te verlenen tot hun woningen voor noodzakelijke werkzaamheden aan het elektriciteits- en gasnet.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/672431 / KG ZA 19-976 FB/BB
Vonnis in kort geding van 30 september 2019
in de zaak van
de naamloze vennootschap
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres bij dagvaarding van 18 september 2019,
advocaat mr. P. Courtens te Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
2.
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE WONING AAN DE [gedaagden sub 2] ,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

Ter zitting van 26 september 2019 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Van gedaagden onder 2 is op de zitting niemand verschenen. Gedaagde 1 was als eventuele informant ter zitting aanwezig, maar heeft te kennen gegeven geen juridisch inhoudelijk verweer te willen voeren in verband met de kosten, zodat hij wordt geacht rechtens niet te zijn verschenen. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend. Vervolgens heeft eiseres verzocht vonnis te wijzen.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 81,83
- griffierecht 639,00
- salaris advocaat
633,00
Totaal € 1.353,83
te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voorgeschreven advertentie.
Deze kosten waren al door eiseres gemaakt voordat gedaagde onder 1 als informant ter zitting aanwezig was.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om, na betekening van dit vonnis, op een door eiseres vast te stellen datum die door eiseres minimaal een week van te voren aan gedaagden zal worden meegedeeld, aan eiseres medewerking te verlenen om de woning aan de [gedaagden sub 2] te betreden en aan eiseres zodanige medewerking te verlenen dat eiseres alle handelingen kan verrichten aan het door haar beheerde elektriciteits- en gastransportnet en de in de woning aanwezige elektriciteits- en gasinfrastructuur die eiseres noodzakelijk acht uit hoofde van haar wettelijke taken en contractuele verplichtingen,
3.2.
machtigt eiseres om de onder 3.1 genoemde werkzaamheden te verrichten en veroordeelt gedaagden om te gedogen dat eiseres deze werkzaamheden verricht in de onder 3.1 genoemde woning,
3.3.
veroordeelt gedaagden om, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de hiervoor genoemde werkzaamheden, na betekening van dit vonnis, de woning te ontruimen voor de duur van die werkzaamheden, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde,
3.4.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.353,83, te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Rv Pro voorgeschreven advertentie en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten, met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019. [1]

Voetnoten

1.type: BPWB