Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2019:7350

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 september 2019
Publicatiedatum
4 oktober 2019
Zaaknummer
C/13/672434 / KG ZA 19-979
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61 RvArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot toelating netbeheerder Liander tot woningen voor onderhoudswerkzaamheden

De rechtbank Amsterdam heeft op 30 september 2019 in kort geding geoordeeld over een vordering van netbeheerder Liander N.V. tegen bewoners van drie woningen in Amsterdam-Centrum. Liander vorderde dat de bewoners hen toelaten tot hun woningen om werkzaamheden aan het elektriciteits- en gastransportnet uit te voeren.

De bewoners waren niet verschenen, waarna verstek tegen hen werd verleend. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van Liander niet onrechtmatig of ongegrond was. De bewoners werden veroordeeld om medewerking te verlenen aan de toegang tot de woningen en aan de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden, waaronder het betreden en ontruimen van de woningen indien nodig.

Daarnaast werden de bewoners veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op €1.353,83, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van een voorgeschreven advertentie. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Bewoners zijn veroordeeld tot medewerking en toelating van netbeheerder Liander voor noodzakelijke werkzaamheden aan elektriciteits- en gasinfrastructuur.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/672434 / KG ZA 19-979 FB/BB
Vonnis in kort geding van 30 september 2019
in de zaak van
de naamloze vennootschap
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres bij dagvaarding van 18 september 2019,
advocaat mr. P. Courtens te Amsterdam,
tegen
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE WONING AAN DE [gedaagden],
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

Ter zitting van 26 september 2019 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend. Vervolgens heeft eiseres verzocht vonnis te wijzen.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 81,83
- griffierecht 639,00
- salaris advocaat
633,00
Totaal € 1.353,83
te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voorgeschreven advertentie.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om, na betekening van dit vonnis, op een door eiseres vast te stellen datum die door eiseres minimaal een week van te voren aan gedaagden zal worden meegedeeld, aan eiseres medewerking te verlenen om de woning aan de [gedaagden] te betreden en aan eiseres zodanige medewerking te verlenen dat eiseres alle handelingen kan verrichten aan het door haar beheerde elektriciteits- en gastransportnet en de in de woning aanwezige elektriciteits- en gasinfrastructuur die eiseres noodzakelijk acht uit hoofde van haar wettelijke taken en contractuele verplichtingen,
3.2.
machtigt eiseres om de onder 3.1 genoemde werkzaamheden te verrichten en veroordeelt gedaagden om te gedogen dat eiseres deze werkzaamheden verricht in de onder 3.1 genoemde woning,
3.3.
veroordeelt gedaagden om, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de hiervoor genoemde werkzaamheden, na betekening van dit vonnis, de woning te ontruimen voor de duur van die werkzaamheden, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde,
3.4.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.353,83, te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Rv Pro voorgeschreven advertentie en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten, met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019. [1]

Voetnoten

1.type: BPWB